Zelfverrijking in de zorg

Zelfverrijking en misstanden

De meeste Gelderse werkers in zorg en welzijn is het niet ontgaan; er komen met regelmaat berichten naar buiten over zorginstellingen die het niet zo goed doen. Mede door de toegenomen aandacht hiervoor, horen we van misstanden en situaties van zelfverrijking door de managers, waar de zorg zelf onder de maat is geraakt. Dit is uiteraard niet iets dat van de ene dag op de andere ontstaat. Het gaat dan ook om situaties die zich lang hebben voortgesleept voor er wordt ingegrepen. Dit gaat ten koste van de hulpvragers en de medewerkers en is bovendien erg schadelijk. Hoe kan dit zo uit de hand lopen, zonder dat het op tijd afgeremd wordt?

Zelfverrijking kun je op twee manieren opvatten. In deze situaties gaat het over een financieel verdienmodel, die gericht is op geldelijk gewin. Daarbij is het onduidelijk waar het geld naartoe gaat of waar het in geïnvesteerd wordt. In ieder geval niet in duurzame gezondheidswinst. Zelfverrijking kan ook een andere betekenis hebben. Dan gaat het niet over financiële gelden, maar om persoonlijke kennisverrijking, ontwikkeling en duurzaam herstel. Waar zorginstellingen zich opstellen als leerplek met bereidheid tot aansluiting met effectieve en duurzame zorg zullen ze mogelijk minder winst maken, maar wel hulpvragers daadwerkelijk verdere groei en welzijn helpen faciliteren. Het doel moet dan ook zijn dat hulpvragers met behulp van empowerment en een steunende omgeving uiteindelijk minder zorg nodig hebben. Op den duur kan dat zorginstellingen ook winst geven en vallen ze niet om door wanbeleid.

Duurzame inzet houdt niet in dat zorginstellingen zelf gericht zijn op duurzaamheid, tenminste niet op de eerste plaats. In feite zou je kunnen stellen dat deze zicht zouden moeten richten op de eigen overbodigheid, in ieder geval niet op het groter worden. Duurzaam herstel gaat over de hulpvragers, met passende op- en afschalingen en zelfregie cq zeggenschap. Daar waar zij invloed kunnen uitoefenen op de eigen geestelijke gezondheid met daar aan aansluitende interventies. Duurzaam herstel gaat ook over het opbouwen van een veilige, ondersteunende omgeving en inzet van ervaringsdeskundigheid.

Kwaliteit versus kwantiteit

Het economische model is erg gericht op kwantiteit. Goede zorg is echter meer een kwestie van kwaliteit. Het vraagt om kwalitatief goede medewerkers, die bovendien voldoende training en ondersteuning krijgen en de ruimte om met specifieke situaties om te gaan. Het vraagt ook om voldoende medewerkers. Het is onverantwoord om je zorgaanbod en cliëntele uit te breiden als je niet voldoende mensen hebt. Een realistische kijk op wat je wel en niet kunt bieden geldt voor iedere zorg- en hulpverlener. Ervaringsdeskundigen zijn zich hier goed van bewust. Ze maken gebruik van intervisie en peersupport om alert te blijven op zichzelf en de ander. Dat neemt niet weg dat het ook voor organisaties geldt die met ervaringsdeskundigen werken. Het is aan de manager, leidinggevende en gemeente om de verwachtingen realistisch te houden en kwaliteit voorop te stellen. Hoe meer je gericht blijft op kwaliteit, des te meer kwantiteit dat oplevert. Niet gericht op meer hulpvragen, maar op effect van hulp.

Goede organisaties

Naast zelfverrijkende en zelfbenoemde bazen, zijn er gelukkig ook genoeg leidinggevenden die zich op de juiste vormen van zorg richten. Deze goede voorbeelden kunnen heel inspirerend zijn. Wat maakt deze tot goede voorbeelden? Hoe komt het dat de effecten groter zijn, met name op langere termijn? Gepassioneerde werkers op de vloer zijn er ook genoeg, zichtbaar in de wijken en zeer adequaat. Zij zijn de parels waar we van kunnen leren. Laten we dat dan ook doen.