Onzichtbaar

onzichtbaar

Verwarde personen

Er is een absolute hype gaande rond het thema ‘verwarde personen’. Mensen met verward gedrag, wat dit dan ook moge betekenen, zijn onder de aandacht en er wordt op veel gebieden nagedacht, besproken en aangepakt hoe met deze mensen omgesprongen zal moeten worden. De belangen die hierachter spelen zijn verschillend, maar men is het er wel over eens dat we tot nu toe te kort schieten in passende zorg voor mensen die in de war raken en in de maatschappij geen aansluiting vinden. Veelal zijn de aanleidingen wel te vinden binnen situaties van ‘lastig’ en onaangepast gedrag, overlast en onbegrip, wanhoop van familie en netwerk en vaak ook van de persoon zelf. Opvallend is wel, wat ik tenminste concludeer, dat het bijna altijd gaat over zichtbaar, externaliserend schadelijk gedrag, voortkomend uit psychische problemen. Ik vind dat plaatje te eenzijdig.

Stil lijden

Allereerst kun je je afvragen waarom we ons gemakkelijker lijken te richten op zichtbaar gedrag dan op de mens erachter, de mens an-sich. Dat is uiteraard wel enigszins te begrijpen. Vraag de eerste de beste leraar of groepsleider waar de meeste aandacht en energie naar uit gaat. Dat zijn toch diegenen die de meeste aandacht trekken, die het meest verstorend zijn of positieve invloed hebben op het geheel. Opvallend gedrag. Het is dan niet eenvoudig de aandacht te richten op diepere processen in de groep. Zo komt het niet zelden voor dat het de stille personen zijn die er vaak bekaaid vanaf komen. Dat zie je in gezinnen, maar ook in de maatschappij, het sociale leven. Om te vragen en te ontvangen wat je nodig hebt, moet je assertief zijn. Zo lijden kinderen en volwassenen in stilte en niemand die ze ziet.

In de groep

Zelf was ik in mijn jeugd zeer introvert. Ik was een typische stille lijder, mijn pijn en agressie richtte ik naar binnen en ik paste mij aan als het braafste meisje van de klas. Om mij geliefd en veilig te voelen maakte ik mijzelf onzichtbaar en dat lukte goed. Ondertussen ging het uiteraard alleen maar slechter en raakte innerlijk volledig gedesoriënteerd. Het kon gewoon niet goed aflopen. Zelfs in de psychiatrische instellingen lukte het mij om relatief onzichtbaar te blijven. De ‘schreeuwers’ en medebewoners die externaliserend afwijkend gedrag vertoonden vroegen alle aandacht van de groepsleiders, terwijl ik mijzelf automutileerde, vergiftigde met verdovende middelen en stiekem alles van mij afschreef. Gelukkig is dat allemaal veranderd. Ik heb leren externaliseren, mijn gedrag is nu wel zichtbaar en ik kan mijzelf nu uitdrukken, uitbeelden. Maar ik realiseer mij tegelijkertijd dat dit voor veel anderen nu een dagelijks item is. En dat zij dezelfde zorg en aandacht verdienen als de grofgezegde ‘gekken op straat’.

Geen aandacht voor verwarden?

Ben ik dan tegen deze aandacht? Nee, dat niet. Ik ben blij dat er eindelijk toegegeven wordt dat er een groot gat valt tussen de GGz en steun in de omgeving en met name op het gebied van ervaringsdeskundigheid. En dat het weghalen van interne zorg vraagt om goede alternatieven in de wijken en woonplaatsen. Dat familie veel meer betrokken moet worden en inspraak moet krijgen, dat de persoon zelf veel meer moet kunnen bepalen. Ik denk wel dat we onze aandacht niet moeten gaan verkokeren. Als het gaat om behoefte aan support en zorg, gaat het om alle mensen met psychische problemen, of dat nu naar binnen of naar buiten gericht is, zichtbaar of niet.

Zichtbaar worden

Mensen met depressie, angsten, eenzaamheid, etc. die zich opsluiten en onzichtbaar hebben gemaakt bereiken is en blijft de grote uitdaging. Het vraagt van ons om onze ogen goed open te houden,om outreachend te zijn en uitnodigend. Ook zou het goed zijn er blijvend aandacht aan te besteden en in samenwerking middelen te zoeken om mensen over de drempel van hun eigen huis te helpen stappen. Ik zou zelf aan iemand mee willen geven die zichzelf onzichtbaar heeft gemaakt om daar niet langer mee door te gaan. Je hebt bestaansrecht en mag er zijn, ook al voelt dat op dit moment helemaal niet zo. Richt je niet op jezelf, pijnig jezelf niet en neem je ruimte! Dat begint met kleine stappen. Oefening helpt en men zal positiever reageren dan je zelf verwacht. Wat je de ander gunt, mag je ook jezelf gunnen. Want je bent niet minder dan die ander. Je wereld wordt weer groter, mooier en hoopvoller als je naar buiten treedt.

Het belang van iedereen

Inclusie betekent voor mij een samenleving in het belang van iedereen. Dat vraagt van iedere burger een bepaalde mate van aanpassing, zonder de eigenheid in te leveren. Dus niet elk vreemd gedrag afwijzen of veroordelen, maar ook niet in te veilige kaders blijven bewegen. Gelijkgezinden zoeken maar ook met niet-gelijkgezinden durven praten, herkenbaarheid omarmen maar ook het onbekende verkennen. Dat is de uitdaging waar we voor staan.